In de Commissie Bestuur van de gemeenteraad ging het op 21 januari vaak over één woord: rechtszekerheid. Vooral bij de discussie over de overgangsregeling rond parkeervergunningen. Terecht. Want als de overheid regels verandert, moet dat voorspelbaar, uitlegbaar en eerlijk gebeuren.
Maar wie denkt dat rechtszekerheid alleen gaat over een overgangsregeling, heeft niet goed gekeken naar wat er nu in Gouda gebeurt.
Neem de brief van een radeloze inwoner die het college en de gemeenteraad vorige week ontvingen. Geen visiedocument, geen mobiliteitsplan, maar een mens van vlees en bloed. Iemand die een appartement koopt, vooraf keurig checkt wat de parkeermogelijkheden zijn, een vergunning aanvraagt en die vervolgens ook gewoon jarenlang krijgt en verlengt. En dan: per 1 maart 2026 vervalt uw recht op straatparkeren en krijgt u geen parkeervergunning meer..
Niet een mooi beleidsplaatje. Niet een PowerPoint met principes. Maar de vraag: waar laat ik mijn auto straks?
Het antwoord dat deze inwoner uiteindelijk krijgt is ronduit cynisch: de ontwikkelaar biedt een plek aan in een garage voor 240 euro per maand. In Gouda. Niet in Wenen, Parijs of Barcelona waarnaar de wethouder in haar memo verwijst als voorbeeld, om het rampzalige parkeerbeleid te rechtvaardigen. Maar gewoon hier, in een stad waar inwoners allang genoeg voelen van stijgende lasten.
240 euro per maand is geen “alternatief”. Dat is een financiële straf voor wie per ongeluk in de verkeerde categorie valt.
En precies dáár wringt het. In de commissie werd het woord “rechtszekerheid” soms gebruikt alsof het vooral een technisch detail is. Maar deze brief laat iets veel fundamentelers zien: betrouwbaarheid. Want als je jarenlang een vergunning hebt, mag je toch verwachten dat de overheid niet achteraf het speelveld zo verandert dat je ineens met lege handen staat?
Daar komt nog iets bij: de inwoner beschrijft dat wachtlijsten niet transparant zijn en dat er tegenstrijdige antwoorden komen. Eerst is er geen wachtlijst, later toch wel. En dan de dooddoener: “het kan volgende week weer anders zijn.”
Dat is geen bestuur. Dat is wanbestuur.
In de commissie werd zelfs gesproken over een “perverse prikkel”: inwoners zouden misschien in beroep gaan om langer van een vergunning te profiteren. Maar laten we eerlijk zijn: het woord pervers is eerder van toepassing op de uitvoering van het parkeerbeleid. Want laten we die andere olifant in de kamer ook maar benoemen: beleidsregels met terugwerkende kracht invoeren. En daarvan is hier wel sprake. Als dat de praktijk wordt – of zelfs maar zo voelt – dan verdwijnt rechtszekerheid volledig. Dan geldt niet meer “wat vandaag de regel is”, maar “wat later zo wordt opgeschreven”.
Daarom hoop ik oprecht dat één van de bewoners de stap zet en naar de rechter gaat.
Niet om langer te kunnen beschikken over een parkeervergunning, zoals suggestief werd opgemerkt door de wethouder. Maar omdat een onafhankelijke juridische toets precies is wat Gouda nu nodig heeft. Juist ook omdat er eerder in de media – onder meer in een artikel in het AD – juridische experts zijn geweest die twijfels hebben geuit over de juridische houdbaarheid van dit gemeentelijke parkeerbeleid.
En die toets is niet alleen belangrijk voor de bewoners die nu klem zitten.
Die is óók belangrijk voor de toekomst. Want coalitiepartijen sturen op verdere uitrol van betaald parkeren in andere wijken. Als je dat doet zonder dat de juridische basis glashelder is, dan bouw je geen beleid — dan bouw je een kaartenhuis.
Maar er is nog iets wat ik hoop. Ik hoop dat de nieuwe gemeenteraad na de verkiezing de uitvoering van dit parkeerbeleid zo snel mogelijk agendeert. Ongeacht of het beleid wordt voortgezet dan wel hopelijk wordt teruggedraaid. De gemeenteraad heeft een controlerende taak, en moet erop toezien dat het college een transparant en fatsoenlijk bestuur voert. Opdat de inwoners kunnen vertrouwen in de overheid.
En vertrouwen is precies wat hier op het spel staat. Rechtszekerheid is de kern van behoorlijk bestuur. En als een inwoner moet eindigen met de vraag: “Waar kan ik nog op vertrouwen?” dan is het probleem groter dan parkeren. Dan gaat het over de betrouwbaarheid van de overheid zelf.
Laat de rechter er alsjeblieft naar kijken — laat inwoners in beroep gaan – voordat dit beleid als olievlek over Gouda wordt uitgerold.
En wie denkt dat dit allemaal overdreven klinkt, hoeft eigenlijk maar een ding te doen: kijk even naar het filmpje over de digitale participatie poppenkast dat gaat over de invoering van betaald parkeren. Satire werkt alleen als het herkenbaar is. En dat is hier precies het probleem. Kijk naar: https://m.youtube.com/watch?v=HwPYwQ1J_IA
